Lieve vrienden en kennissen, laat ik meteen met de deur in huis vallen. Ik vind jullie allemaal fantastisch, echt waar. En uiteraard sta ik graag voor jullie klaar. Toch wil ik het even hebben over Siepie. Ja, Siepie. Je weet wel, het mauwbeest dat jullie socialmediakanalen versiert en waarbij ik dan altijd op “vind ik leuk” tik – die Siepie.

Het klopt inderdaad dat ik mijn werktijden voor een groot deel zelf kan indelen, dat we niet ver van elkaar wonen en dat ik de reservesleutel al enige jaren in mijn bezit heb. Ideaal voor jullie, niet altijd voor mij. Want dat ik in de stad ben terwijl jullie op vakantie of een festival zijn, betekent meestal niet dat ik geen ene moer te doen heb – integendeel. Daarom heb ik een besluit genomen: voorlopig pas ik niet meer op. Sorry! Jullie zullen iemand anders moeten vinden.

Het is niet dat ik Siepie niet lief vind, maar Siepie eist meer tijd en aandacht dan jullie denken. Wanneer ik binnenkom haakt Siepie bijvoorbeeld vrijwel altijd direct een stuk of achttien vlijmscherpe nageltjes in mijn bovenbeen. Tevens breek ik regelmatig bijna mijn nek omdat Siepie jengelend voor mijn voeten loopt. En denk trouwens ook maar niet dat Siepie me de ondefinieerbare, ingeblikte brij die jullie met alle zorg en instructies hebben achtergelaten in dank afneemt. Is dat achter de rug, kan ik aan de slag met de ravage die Siepie in de schamele uurtjes alleen heeft aangericht – omgegooide bloempotten, haarballen en natgeplaste post (“dat doet ‘ie anders nooit hoor”).

En dan is er ook nog “de bak”. Hoe je het ook wendt of keert, Siepie ruikt niet nou niet bepaald naar roosjes.

Al met al kost jullie geliefde Siepie me meestal een half uur tot drie kwartier per voederbeurt, reistijden niet meegerekend. Dat is op zich inderdaad niet zo heel veel, maar tel het totaal maar eens op.

Daarnaast is jullie Siepie meestal ook niet de enige Siepie die eten nodig heeft – vorige zomer had ik bijvoorbeeld op een gegeven moment niet een, niet twee, maar wel vijf verschillende Siepies tegelijk onder m’n hoede. Nummer een moest twee keer per dag een pilletje (“succes ermee”). Nummer twee wilde alleen maar eten als je ernaast op de vloer ging zitten en nummer drie deed steevast alles naast de bak. Nummer vier wilde per se naar buiten en was vervolgens drie dagen spoorloos. (Ik heb de hele buurt ondersteboven gekeerd en werd nachtenlang in paniek wakker.) Nummer vijf had fijne, lange witte haren die in vlokken door het hele huis zweefden en op m’n kleren en contactlenzen bleven plakken. Erg prettig.

Ik heb Siepies in allerijl naar de dierenarts gebracht en peperdure rekeningen voorgeschoten. Thuis kattengrit in bed teruggevonden. Handen, armen en gezicht vol krassen. De Siepie die laatst bij ons thuis logeerde liet bovendien bij vertrek een paar duizend minuscule, doch venijnige vriendjes achter. Er zijn leukere dingen te doen tussen drie nachtdiensten en een spoedopdracht in, laten we het daar op houden.

Ik weet echt wel dat jullie me dankbaar zijn, maar ik jullie inmiddels toch wat minder. Dus hoe heerlijk die flesjes wijn ook zijn, voorlopig is het even klaar. Als er echt, echt, echt een noodgeval is kunnen jullie uiteraard altijd een beroep op me doen, zo niet: voorlopig even niet.

Eens kijken hoeveel tijd ik bij deze over ga houden.

(En hoeveel vrienden.)