Fuck it

Elke dag rustig opstaan wanneer ik dat wil, alle ruimte en tijd voor mijn vriend en vriendinnen, geen checksystemen en geen bullebak van een baas op m’n nek. Met deze idealen startte ik in 2013 als zelfstandige zonder personeel. Naïef, besefte ik ook vanochtend weer, terwijl ik iemand terugmailde dat ik morgenmiddag tussen een en half twee wel tijd had om telefonisch te overleggen, mits het geen probleem was dat ik dan op de fiets zat. En dit zijn dus de periodes dat het juist heel erg goed met me gaat.

Ik weet zeker dat er ergens een gouden planformule moet zijn, maar op dit moment is de zoektocht hiernaar een tijdconsumerend project op zich. En die tijd ontbreekt me dus.

Waarom schrijf ik dit? Dat heeft alles te maken met afgelopen weekend. Vriendin Miranda had de weersvoorspelling voor de komende dagen gezien en besloot om vanavond een barbecue te organiseren. Op het moment dat ik thuis dit stukje typ begint die over precies drieëntwintig minuten. Of ik ook wilde komen. Ik had er meteen zin in, en besloot om dan met de meest perfecte pastasalade ooit aan te komen zetten. En met groentepakketjes, omdat Max sinds kort vegetariër is en ik ook net al een paar weken zo gezond bezig ben.

Maar natuurlijk liepen de afgelopen dagen weer anders. Want omdat ik jaren geleden bang was om in een contactgestoorde digitale kluizenaar te veranderen, vond ik een bijbaantje in de thuiszorg. En nadat de thuiszorgorganisatie waarvoor ik werkte failliet ging, werden dat twee bijbaantjes toen mijn cliënten naar verschillende andere organisaties overstapten en me daarbij allemaal mee konden nemen.

Win-win op zich en ik heb de leukste cliënten van de wereld, maar juist deze week plande een van mijn bazen een belangrijke vergadering in en moest ik van alles schuiven om erbij te kunnen zijn. Op zich ook prima te behappen, ware het niet dat ik vandaag ook nog een deadline heb voor deze blog. En ware het ook niet dat ik een clichématige perfectionist ben. En ik me moreel verplicht voel om het vandaag te hebben over het allerlaatste flatfeest ooit, omdat dat zo mooi aansluit bij al mijn vroegere Selwerdblogs die momenteel ergens in cyberspace op een vergeten blogspotaccount staan te verstoffen.

Ik had me er makkelijk vanaf kunnen maken vandaag, met een van de vele andere kleine verhaaltjes die ik nog ergens in mijn achterhoofd heb hangen. Zoals eentje over die ene keer vroeger, toen onze hond in zijn broek poepte. Of over die keer dat ik fan van de Kelly Family was, en spijbelde om naar een concert in Den Bosch te kunnen, en SBS6 daar toen bleek te filmen. Maar nee, een actueel, kort literair meesterwerk dat ontroerend, doch grappig zou zijn; dat moest het worden. Maar ik blokkeerde, en al die mooie zinnen die zich afgelopen weekend tijdens het feest zelf al in mijn hoofd gevormd hadden waren ineens spoorloos. Uiteraard.

Om vier uur vanochtend gaf ik het op. De woorden die met veel pijn en moeite onhandig op de monitor waren verschenen dansten voor mijn ogen, de energiedrankjes waren op, en in totale frustratie had ik een derde van mijn vriends pakje Marlboro weggepaft. Dan na drie uur slaap en een dubbele dienst maar verder ploeteren, omdat ik niet in de derde lanceerweek van mijn nieuwe website al meteen een beloofde deadline wilde missen. Ik appte Miranda dat het ‘m niet meer ging worden. Ik baalde.

Tot ik vanmiddag, ergens rond drieën, terwijl ik op een snikhete zolder de was ophing, een ingeving kreeg:

Fuck it.

En dan bedoel ik niet de “fuck it”s die mijn vader op een gegeven moment niet meer roepen mocht van mijn moeder, nadat peuter-ik ze vanaf de achterbank vrolijk mee begon te doen (helaas voor haar bleek de schade toen al onherstelbaar); ik heb het hier over de “Fuck it-methode” van John C. Parkin. Deze kwam ik ooit tegen toen ik voor Careerwise, een website waarvoor ik inmiddels al bijna vijf jaar edit en schrijf (lees hier: ik heb al ruim twee maanden niets meer voor ze gedaan en neem me elke dag voor om de hoofdredacteur te bellen wanneer ik mijn agenda op orde heb), de blogs van spiritueel coach Lieke Meertens redigeerde. Dat was namelijk supermakkelijk werk, want Lieke schrijft zo perfect dat ik alles alleen maar met wat extra witregels in WordPress hoefde te copy-pasten. Hoewel ik een broertje dood heb aan alles wat ook maar enigszins met mindfulness en meditatie te maken heeft, ben ik nog steeds geabonneerd op haar nieuwsbrief omdat haar stukjes daarin zo lekker weglezen.

John C. Parkin schreef de bestseller Fuck it, met daarin een simpele methode om alle stress en zorgen los te laten: zeg gewoon “fuck it”. Dit boek is inmiddels in tweeëntwintig talen vertaald.

Even twijfel ik of dit nou wel zo’n verstandig idee is. De laatste keer dat ik “fuck it” zei was na een spoedverhuizing in 2012. Twee maanden later sliep ik nog steeds tussen de dozen op een matrasje op de grond en was ik vier kilo zwaarder. En ontslagen.

Maar weet je wat: fuck it. Ik pak mijn telefoon en vertel Miranda dat ze me straks verwachten kan. Daarvoor vis ik dan onderweg nog wel even wat hamburgers uit het vriesvak van de Jumbo. Misschien is dit een slecht geschreven brainfart, maar bij deze heb ik mijn deadline voor vandaag toch maar mooi gehaald. Die verkorte bildungsroman polijst ik binnenkort nog wel een keer.

Tijd voor een gezellige barbecue.